U bent hier

Journaal van de duikploeg; onderwaterveldwerk Waddenzee 2019

maandag 3 juni 2019 - 14:05

In de Erfgoedbalans 2017 heeft de minister van OCW geconstateerd dat het vraagstuk van natuurlijke erosie onder water om aandacht vraagt. Er gaat waardevol erfgoed verloren doordat het ‘’verstoorder betaalt-principe’’ hier niet toepasbaar is. Het kabinet investeert daarom in monitoring, waardering en bescherming van deze vindplaatsen. Hiervoor is een nieuw Programma Maritiem Erfgoed Nederland opgestart (2018).

Veldwerkcampagnes 2019

Van veel vindplaatsen weet de RCE nog onvoldoende hoe waardevol deze locaties zijn en de mate waarin ze bedreigd worden door natuurlijke erosie. Daarom gaan we binnen programma Maritiem Erfgoed Nederland behalve bekende maritieme vindplaatsen monitoren ook onderzoek doen naar niet gewaardeerde vindplaatsen. Binnen het programma worden dit jaar drie onderzoeken onder water uitgevoerd en één onderzoek op land. De campagnes omvatten:

1) inspecties en verkenningen van 12 vindplaatsen in de westelijke Waddenzee (mei)

2) onderzoek en veldschool op land naar een vuilnisscheepje nabij Zeewolde (juni/juli)

3) verkenning en waardering van het recentelijk ontdekte ‘Koperplatenwrak’ in de Noordzee (juli)

4) onderzoek en veldschool van het Stavoren 18 scheepswrak in het IJsselmeer (augustus).

Waddenzeecampagne

De twaalf geselecteerde vindplaatsen liggen op het Burgzand Noord BZN (6), het Vogelzand (2), in het Scheurrak (1) en in de Texelstroom TS (3). De zeven geselecteerde wrakken op het Burgzand Noord (Rijksmonument) en in het Scheurrak zijn al uitgebreid archeologisch onderzocht, en enkele zijn ter bescherming (deels) afgedekt. Ze worden ook al geruime tijd jaarlijks boven water gemonitord op degradatie. Binnen deze onderwatercampagne hadden we tot doel om van deze zeven wrakken onder water de huidige fysieke staat en het risico op aantasting van zowel (deels) afgedekte als niet-afgedekte wrakken vast te stellen.

Van de overige vijf wrakken zijn er drie bekend door melding van sportduikers, maar hier is nooit archeologisch onderzoek op uitgevoerd. Recentelijk is middels een grote geofysische opnamecampagne data beschikbaar gekomen over deze drie gemelde wrakken en twee ongemelde, maar al bekende vindplaatsen. Het tweede doel van de campagne was om deze vijf vindplaatsen dus voor het eerst archeologisch te verkennen.

Week 1 (6-10 mei)

Op maandag 6 mei is de drieweekse Waddenzeecampagne van start gegaan. We monsterden aan op de WR 82 Gerdia, in Den Oever. Gedurende de week sliepen we op het schip De Verwondering, in Oudeschild op Texel. Gestuurd door de getijden, de dieptes, locaties, en de benodigde acties op de vindplaatsen besloten we voorafgaande aan elke kentering waar we heen zouden gaan. In de eerste week bezochten we het Burgzand Noord, het Vogelzand, en het ‘Vaarwater naar de Cocksdorp’ in de Texelstroom.

Op het Burgzand hebben we de (deels) afgedekte vindplaatsen BZN 2, 4, en 9 geïnspecteerd. Op de BZN 2 (het ‘Poolse Kanonnenwrak’) en de BZN 4 (´Watervatenwrak´) zijn voorheen naast de gewone afdekking met steigergaas ook andere soorten afdekking aangebracht. Deze zouden schelpen moeten aantrekken voor een grotere ecologische diversiteit en daarmee ook de wrakken beter moeten beschermen. Helaas bleken deze verschillende typen afdekking nog geen schelpdieren aan te trekken. We zagen ook dat kleine delen steigergaas op de BZN 4 zijn gescheurd. Op de BZN 2 en 9 (´Twee kanonnenwrak´) is het steigergaas in orde en zand aan het invangen. Op de recente multibeam (geofysische) opnames van de BZN 9 leek een nieuw wrakdeel vrij te spoelen in het noordwesten, en dit konden we onder water bevestigen.

Daarnaast werden twee van de bekende, maar nog niet onderzochte wrakken verkend, namelijk de Vogelzand V (´Leerwrak´) en het Vaarwater naar de Cocksdorp II (´Koperen pannenwrak´). De vindplaats Vogelzand V bestaat uit meerdere scheepswrakdelen, waaronder een ondersteboven liggend boord (de zijkant van een schip), waarvan we eerder videobeelden hebben ontvangen van sportduikers. Op deze beelden uit 2017 en 2018 was duidelijk te zien dat zand onder het boord vandaan gespoeld is. Van dit wrak hebben we enkele constructiedelen meegenomen voor dateringsonderzoek. De andere vindplaats lijkt te bestaan uit een deel van een boord met grote concreties erop en enkele constructiedelen ten noordwesten hiervan. Deze liggen uit verband en zijn verspreid over een groot gebied.

Week 2 (13-17 mei)

Tijdens de tweede week zijn we allereerst naar het welbekende wrak Scheurrak SO1 gevaren en hebben de steigergaasafdekking en het blootliggende deel (een rand van het vlak, de ‘bodem’ van het schip) geïnspecteerd. Het wrak is vorige zomer afgedekt en begin dit jaar kwam er een melding dat de afdekking kapot zou zijn. Dit bleek echter niet het geval. Later in de week hebben we steigergaasmatten voor het blootliggende deel gelegd.

Daarnaast moesten nog enkele wrakken geïnspecteerd worden. Door de diepte van het wrak BZN 15 (“Fragment bij Potter”) en de lengte van de spudpalen van de Gerdia, om het schip op z’n plaats te houden, moesten we een speciaal moment uitzoeken (springtij laagwater kentering) om dit wrak te bezoeken. Tegelijkertijd kregen we op dinsdag bezoek van enkele collega’s bij de RCE, die enthousiast toekeken en luisterden naar onze ervaringen. Zo observeerden we op de BZN 15 degradatie van de vindplaats, In vergelijking met voorgaande campagnes was er minder constructie van het schip te zien. De vindplaats bestaat voornamelijk uit grote klompen ijzerconcretie met uitstekende staven. In de concreties zijn enkele ketels herkenbaar. We hebben enkele vondsten geborgen, waaronder een schoenzool en leren riem. Op dinsdagavond kwam gemeentearcheoloog Michiel Bartels nog even langs in de haven om bij te praten.

Hierna zijn we begonnen met de verkenning van TS 56. Het is een van de wrakken die al bekend was bij sportduikers, maar nog niet gemeld. Het blijkt een interessante vindplaats, bestaande uit meerdere wrakdelen die los van elkaar liggen, waaronder een kiel, zaathout (binnenkiel) met mastspoor en een boord (zijkant van het schip). Het boord ligt ondersteboven en laat de kim (kromming van de bodem naar het boord) en een berghout zien. We hebben een aantal kenteringen gebruikt om de vindplaats goed te schetsen, in te meten, de nieuwe camera te testen en om met de video’s een 3D model te maken van deze vindplaats. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Daarnaast hebben we hout(dendro-)monsters genomen en wat vondsten geborgen, waaronder een koperen ketel en steengoed. De steengoed scherven wijzen op een mogelijk zestiende-eeuwse datering van het schip. We wachten determinatie van de houtsoorten, herkomstgebieden en dateringen af.

Aan het einde van de tweede week zijn we begonnen met de verkenning van het andere nog-niet-gemelde wrak: de TS 62 (“Grindwrak”). Dit bleek een groot wrakdeel te zijn dat rondom te volgen was, maar verder bedekt is met zand. Op enkele plaatsen liggen inderdaad hopen kiezels en grind. Enkele interessante constructiedetails, zoals indicaties voor een dek en een kim, verraden dat het om een boorddeel gaat.

Week 3  (20-24 mei)

Op maandag 20 mei brak de derde en laatste week van de Waddenzeecampagne aan. Net als vorige week zijn we eerst naar het Scheurrak gevaren. Hier hebben we de nieuwe steigergaasnetten opgeschud, zodat het zand er doorheen valt. Hierna bezochten we een nog te verkennen wrak, namelijk de Vogelzand II (“Pijpenwrak”). Het wrak stak in 2015 nog een meter boven de grond uit maar was op een sonaropname uit 2018 al bijna niet meer te onderscheiden van de bodem eromheen. Het wrak is niet gevonden door de ‘zoekduiker’. Tijdens dezelfde kentering besloten we daarop om met de filmcamera te oefenen, en zijn naar de Vogelzand V gegaan. Van dit wrak, dat we in de eerste week al hadden verkend, is het ondersteboven liggende boorddeel gefilmd.

Op dinsdag stond een inspectie van de BZN 12 (“Gele stenenwrak”) op het programma. Voor vertrek kwam een internationaal team aan boord met een Remotely Operated Vehicle (ROV). Zij willen deze mogelijk gaan inzetten voor de monitoring van vindplaatsen onder water. Het project bevindt zich nog in de opstartfase, en tot nu toe hebben ze vooral in de Middellandse zee gewerkt. Ze wilden vast kijken of hun apparatuur in de Waddenzee ook zou werken. Terwijl dit team in het onstuimige weer hun ROV aan het klaarmaken waren hebben de duikers eerst de BZN 12 bezocht. Het grote vlakdeel, bedekt door vele gele stenen en andere natuurstenen, is nog steeds aanwezig, evenals een kleiner constructiedeel ten oosten ervan. De berg stenen is begroeid met allerlei zeeleven, en steekt nog altijd met name in het noorden meters boven de bodem en slijpgeul uit. Enkele losse constructiedelen in het zuidoosten van de vindplaats zijn niet teruggevonden, en dit gebied lijkt te verdiepen.

De test met de ROV was voor het internationale team zeer nuttig, omdat ze nu weten welke aanpassingen nodig zijn om in de sterke stroming en het slechte zicht van de Waddenzee te kunnen werken.

Hierna hebben we een aantal dagen gebruikt om het scheepswrak TS 56 nogmaals te bekijken en schoon te maken. Tussendoor kwamen dit keer andere collega’s van de RCE op bezoek, precies op het moment dat het weer beter begon te worden, we al een mooie vindplaatsschets van de TS 56 op papier hadden staan en enkele fotogrammetriemodellen al vorm aan begonnen te nemen. Voornamelijk gedurende hoogwaterkenteringen was het zicht redelijk goed op deze vindplaats, en zijn er meerdere keren video´s gemaakt voor fotogrammetrie. Dit is zowel gedaan met de nieuwe camera als oude GoPro, waarvan beelden en modellen zullen worden vergeleken. Enkele losse constructiedelen ten zuiden van de kiel en vindplaats waren nog niet geschetst maar zijn nu ook opgenomen op video.

Tussendoor zijn we met een laagwaterkentering teruggegaan naar de BZN 4 om twee lange steigergaasmatten te plaatsen over de scheuren ten noorden van de achtersteven, die nog altijd indrukwekkend twee meter rechtop uit de bodem steekt.

Gedurende de laatste week begon het weer grijs en grauw, maar werd het langzaamaan beter. We hebben onze lijst met inspecties en verkenningen af kunnen werken in deze drie weken, en hebben bovendien op alle vijftien dagen kunnen duiken. We hebben besloten geen inspectie van BZN 13 te ondernemen aangezien het een kleine vindplaats is die bij onderwaterinspecties twee decennia geleden al sterk achteruit bleek te gaan.

Onder de stralende zon hebben we de laatste week afgesloten met een feestavond en een diner op de wal. Enkele leden van duikclub Texel kwamen ook nog even langs, en konden zo worden bijgepraat over de eerste resultaten van dit project. Tenslotte zijn we met de Gerdia op vrijdag teruggevaren naar Den Oever, waar de containers met duikspullen en apparatuur zijn afgeladen.

Namens het duikteam en de schippers,

Heidi E. Vink en Thijs Coenen

Programma Maritiem Erfgoed Nederland

Voor beschrijvingen van de scheepswrakken, check de website: http://www.machuproject.eu/WIS-viewer.htm

Taal 
Nederlands

Reacties