U bent hier

Verslag symposium vrijwilligers in de onderwaterarcheologie 18 november 2016

Op de boeken- en informatiemarkt konden deelnemers o.a. boeken kopen van Uitgeverij SPA en Duik de Noordzee Schoon. Foto: Jolanda Coppens-Zwetsloot

Verslag symposium vrijwilligers in de onderwaterarcheologie

Op vrijdag 18 november 2016 kwamen ongeveer 70 vrijwilligers naar het kantoor van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in  Amersfoort voor de tweede editie van de jaarlijkse bijeenkomst voor vrijwilligers in de onderwaterarcheologie. Dit jaar was het programma samengesteld door een programmacommissie, samengesteld uit  vertegenwoordigers van vrijwilligers (LWAOW en STIMON), bedrijven (ADC) en overheid (RCE en gemeente). Zoals in de uitnodiging stond, wilden we niet alleen gaan kijken naar concrete resultaten en initiatieven van het afgelopen jaar, maar vooral ook vooruitkijken: Waar gaan we het komende jaar met elkaar mee aan de slag?

Het symposium werd geopend door Leonard de Wit, hoofd van de afdeling Strategie en Internationaal van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Hij benadrukte het belang van samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. Dagvoorzitter Boudewijn Goudswaard nam daarna het stokje over en lichtte het programma kort toe

Terugkoppeling

Hierna gaf Thijs Coenen, maritiem archeoloog van de RCE, een terugkoppeling van het afgelopen jaar. Een aantal zaken zijn goed gegaan, maar we hebben niet alle beloften waar kunnen maken. Als toelichting op een programmawijziging (de presentatie over de pilot Texel was komen te vervallen) werd aangegeven dat de pilot Texel nog loopt en dat de projectgroep, die gecoördineerd wordt door de provincie Noord-Holland, had besloten dat er meer tijd nodig is om de resultaten te kunnen presenteren. Dit zal tijdens de volgende editie gebeuren.

Een belangrijk resultaat  van het afgelopen jaar door het Maritiem Programma van de RCE is de realisatie van een virtueel museum. Hierin kunnen mensen die zich registreren zelf een tentoonstelling maken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van teksten, foto- en videobeelden en vondsten. Deze informatie kan door de gebruiker zelf worden aangeleverd. Later op de dag gaven de bouwers van het museum (Timescale) een korte toelichting, en in de pauzes kon iedereen een demonstratie bijwonen. Tijdens het symposium werd gevraagd of er groepen zijn die het virtueel museum willen testen, hier hebben zich verschillende groepen voor gemeld. Inmiddels is besloten dat de eerste versie van het virtuele museum voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt. Via het museum en het online platform kunnen gebruikers dan hun ervaringen delen.
 

Vorig jaar werd op het symposium gevraagd om een soort ‘track and trace’-systeem voor meldingen, omdat er onduidelijkheid was wat er met een dergelijke melding gebeurde. De RCE heeft dit jaar nog niet een dergelijk systeem kunnen realiseren, deels omdat onduidelijk is waar precies behoefte aan is. Hierop werd aangegeven dat men graag wil weten wat er met een melding gebeurt. Johan Opdebeeck van de RCE gaf aan dat een melding in Archis wordt gezet en de melder daar bericht van krijgt. Als er vervolgens in een bepaald gebied ontwikkelingen zijn dan wordt de informatie uit Archis gebruikt. De verstoorder moet namelijk rekening houden met de posities die bekend zijn in Archis. Als er in dat gebied dus een scheepswrak ligt dat gemeld is door vrijwilligers, dan wordt die informatie gebruikt bij het vervolgonderzoek. Hoewel het niet altijd zichtbaar is voor de melder, wordt er dus zeker gebruik gemaakt van de melding. Het is echter in de praktijk niet haalbaar om op  alle momenten dat zijn of haar informatie wordt gebruikt een bericht te sturen naar de melder.

Het afgelopen jaar is er ook veel aandacht geweest voor het wrak De Ritthem, in Zeeland. Op dit moment zijn Provincie, gemeente en Rijk met elkaar in overleg om tot een oplossing te komen.

Johan Opdebeeck meldde dat de RCE sinds de invoering van de nieuwe Erfgoedwet veel minder meldingen heeft ontvangen dan voorheen. Vanuit de  zaal kwam hierop duidelijk een gemeenschappelijke wens om de Erfgoedwet aan te passen.

Daarnaast is er nog een belangrijk struikelblok voor samenwerking bij duikend onderzoek. Ook de RCE zou graag samen willen duiken met vrijwilligers die onderzoek uitvoeren. De  ARBO wetgeving, waar alle beroepsduikers zich aan moeten houden, staat dit in de weg. Het is gecompliceerd om deze wetgeving aan te passen. Hierbij refereerde Thijs Coenen aan het onderzoek dat de Onderzoeksraad voor de veiligheid had ingesteld naar aanleiding van een aantal duikongevallen op de Noordzee. Dit leidt ertoe dat de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) extra streng is op het handhaven van de regels voor werken onder water. Toch zijn ook hier gesprekken gaande tussen het Ministerie van OCW en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid  (waar de inspectie SZW onder valt). Het zijn echter lange trajecten, die grotendeels achter gesloten deuren plaatsvinden. Hopelijk kunnen we volgend jaar hier positiever nieuws over brengen.

Willemien van de Langemheen heeft vervolgens het Platform Maritiem Erfgoed gepresenteerd. Dit is een online platform waar kennis kan worden uitgewisseld. Iedereen die wil kan een groep aanmaken om kennis uit te wisselen. Dit kan ook een besloten groep zijn.

Pilots

Na de pauze gaf Andrea Klomp uitleg over de achtergronden en doelstellingen van de pilots die de RCE met verschillende partners is begonnen. Binnen de huidige Erfgoedwet zijn er op het land twee mogelijkheden voor amateurs om gravend onderzoek uit te voeren:

  • In de bovenste 30 cm mogen objecten worden verzameld. Dit geldt niet voor archeologische monumenten
  • Daarnaast kan de gemeente gebieden aanwijzen die archeologisch minder waardevol zijn en waar geen professioneel onderzoek hoeft plaats te vinden, hier kunnen vrijwilligers in verenigingsverband zelf archeologisch onderzoek doen. Deze twee uitzonderingen zijn onder water niet zo goed bruikbaar:
  • Op het land is de bovenste 30 cm vaak al verstoord, objecten in deze ‘bouwvoor’ bevinden zich meestal al niet meer in context in de vindplaats. Die situatie is onderwater niet vergelijkbaar, aangezien wrakken voor een groot deel uit de zeebodem kunnen steken.
  • Onder water is nog veel onbekend, gemeenten hebben onvoldoende kennis van gebieden om te kunnen bepalen welke waardevol zijn en welke niet en kunnen dus ook geen gebieden aanwijzen die archeologisch minder waardevol zijn waar vrijwilligers zelf archeologisch onderzoek kunnen doen.

Andrea geeft aan dat de pilots tot uiterlijk 1 juli 2017 lopen. Vanaf die datum moeten alle bedrijven en instellingen over een certificaat beschikken, dus ook de RCE. Op dit moment maken de vrijwilligers binnen de pilots gebruik van de opgravingsvergunning van de RCE. Als de RCE haar certificering al voor 1 juli 2017 verkrijgt, vervalt deze mogelijkheid, aangezien het niet mogelijk is dat een andere partij daar gebruik van maakt. De RCE onderzoekt hoe de resultaten uit de pilots kunnen worden omgezet in regelgeving. Dit moet in de loop van 2017 gebeuren.
Een vraag uit de zaal was waarom op het land is toegestaan om in de bovenste 30 cm vondsten te doen en onder water niet? Andrea heeft hier al twee redenen voor gegeven. Leonard de Wit (hoofd Strategie en Internationaal van de RCE) gaf daarnaast aan dat:

  1. deze uitzondering is er gekomen door een effectieve lobby van de AWN en de metaaldetector-amateurs. Het loont dus de moeite om een lobby te starten.
  2. er was onderwater sprake van ernstige misstanden (activiteiten bergers) die onder de oude wet niet konden worden vervolgd. De nieuwe wet moet dat mogelijk maken.

Vanuit de zaal wordt aandacht gevraagd voor het feit dat de visserij veel schade aan erfgoed onder water aanbrengt. De activiteiten van vissers zijn toegestaan terwijl ze veel meer schade toebrengen dan duikers. Hierop wordt aangegeven dat de visserij ook een groot economisch belang heeft, dus dat het erg lastig is om dat in te perken.

Hierna presenteerde Remy Luttik van duikteam Zeester de voorlopige resultaten van hun onderzoek naar de onderzeeër de E5. Hoewel de pilot formeel nog moet worden ondertekend, werken alle betrokken partijen wel al volgens de bepalingen.

Duikteam Zeester had plannen ingediend om een aantal wrakken in de Noordzee te onderzoeken. Het ging hierbij vooral om onderzeeërs uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Er wordt ook intensief contact onderhouden met nabestaanden. Een belangrijk aandachtspunt binnen deze pilot is dat wrakken zich in de vaarroute bevinden, dat maakt deze duikoperaties gevaarlijk. Hierom is ook de Kustwacht betrokken bij deze pilot.

Op 23 september heeft een eerste duikoperatie plaatsgevonden (Subident01), hierbij werkten een groot aantal instanties en organisaties samen: duikteam Zeester, stichting Noordzeewrakken, de kustwacht, Rijkswaterstaat, Duik de Noordzee schoon, een onderwaterfotograaf en -cameraman, Het Dagblad van het Noorden en de RCE. De operatie was zeer succesvol: het duikteam is erin geslaagd meerdere wrakken te identificeren. Volgens Remy Luttik was deze operatie zonder de RCE niet tot stand gekomen. Duikteam Zeester is nu bezig met de uitwerking, komend jaar verschijnt een rapport. De RCE heeft van één van de onderzeeboten die bij de operatie op 23 september is geïdentificeerd (E5) een 3D-model gemaakt [Link naar model]. Tot slot gaf Remy aan dat Duikteam Zeester de gedragscode van het Landelijk Overleg Scheepswrakken wil gaan ondertekenen.

De bakens verzetten

Vervolgens ging het erom om samen naar de toekomst te kijken. Het doel van de dag was om tot concrete afspraken en doelstellingen te komen. Daarom had de programmacommissie het volgende onderdeel bedacht: De bakens verzetten: Toekomstvisie 2020.

Sinds afgelopen jaar is er een nieuwe Nationale onderzoeksagenda Archeologie. Op dit moment is deze onderzoeksagenda puur gericht op professionele archeologen. Omdat we tijdens dit symposium willen zoeken naar samenwerkingsverbanden, leek het de programmacommissie nuttig om te kijken of er misschien samen met de vrijwilligers ook een dergelijke onderzoeksagenda kan worden opgesteld. Op die manier kunnen bijvoorbeeld locaties of periodes worden aangewezen die we beter onderzocht willen hebben.

Om uit te vinden of dit zou kunnen werken, wilden we inventariseren wat voor onderzoeken op dit moment worden uitgevoerd door vrijwilligers, en wat voor kennis dit oplevert. In het verleden zijn al verschillende rapporten verschenen van diverse duikclubs, maar het leek ons nuttig om dit nog eens te bespreken met elkaar. Daarom werd de zaal opgedeeld in drie groepen: Stimon, LWAOW en professionals. Alle groepen werden begeleid door twee archeologen. Na een kort overleg zou elke groep de bevindingen presenteren in de zaal. De verschillende groepen hadden niet alleen goede discussies over onderzoeksprojecten, maar ook over methoden en technieken. Uiteindelijk kwam het daardoor niet echt tot het opstellen van een onderzoeksagenda maar de uitwisseling was wel nuttig. Er blijkt een duidelijke behoefte te zijn aan een lijst of kaart met wrakken en gebieden waar nader onderzoek gewenst is. Hier zou bijvoorbeeld ook een soort subsidieregeling voor in het leven kunnen worden geroepen, om de duikgroepen tegemoet te komen in de kosten. Het voordeel van een dergelijke lijst is dat vrijwilligers op eigen initiatief onderzoek kunnen uitvoeren, dus er zal geen sprake zijn van een arbeidsverhouding en dan is de strenge ARBO duikwetgeving niet van toepassing.

Hierop ging de zaal onder leiding van Boudewijn over naar het benoemen van wensen en doelen voor de toekomst en welke concrete acties hieruit voortvloeien. De wensen waren:

  • Samen duikend onderzoek uit kunnen voeren
  • Informatie delen
  • Vrijstelling in de Erfgoedwet voor vrijwilligers, om in bepaalde gevallen vondsten te kunnen bergen of monsters te kunnen nemen voor onderzoek van vindplaatsen.
  • Slopen van wrakken voor geldelijk gewin stoppen
  • Subsidieregeling voor tegemoetkoming kosten onderzoek

Afspraken

De volgende afspraken zijn gemaakt. De RCE heeft beloofd voor 2017:

  • Regulier overleg (elk kwartaal) tussen koepelorganisaties van vrijwilligers en de RCE (op vrijdag 13 januari vindt het eerste overleg plaats op het kantoor van de RCE in Amersfoort)
  • Bij het eerste overleg wordt een gezamenlijke (onderzoeks)agenda gemaakt
  • Volgend jaar weer een symposium
  • Virtueel Museum (is en blijft gratis toegankelijk)
  • Testgroep voor het virtuele museum (deze is inmiddels ingesteld, eind van deze maand gaat de eerste versie online)
  • Uitzoeken of de regeling omtrent koperdiefstal ook toegepast kan worden om wrakkensloop tegen te gaan
  • Open communicatie

De vrijwilligers beloofden om in 2017:

  • Stimon coördineert het opstellen van een brief namens alle betrokken partijen, richting OCW om vrijstelling in de Erfgoedwet te bepleiten
  • Testgroep voor het Virtueel Museum
  • Petitie sturen naar Tweede Kamer om vrijstelling in ARBO-wet te regelen voor wetenschappelijk duiken
  • Open communicatie

De dag werd uiteraard afgesloten met een borrel, waarbij de deelnemers nog goed konden napraten en discussiëren. Ondanks het lagere aantal aanmeldingen dan vorig jaar, was het toch een goede en productieve dag.

Reacties