U bent hier

De Prins Willem Alexander Brug

Foto: Jan Bouhuis

De Prins Willem-Alexander Brug is een vierbaansbaansbrug over de Waal tussen Echteld en Beneden-Leeuwen, met aan beide zijden 2 zogenaamde ventwegen voor langzaam verkeer, met een totale lengte van 1419 meter. Dit is inclusief de aanbruggen. Het is de 1e betonnen tuibrug in Nederland met een rivieroverspanning van ± 270 meter. De aanbruggen, d.w.z. de overspanningen van de uiterwaarden, zijn aan de noordzijde (Echteld) ca. 1200 meter en aan de zuidzijde (Beneden-Leeuwen) ± 219 meter.
 
Tuibrug
De brug moest een overspanning worden zonder pijlers in de rivier, om de scheepvaart vrije doorgang te geven. De Waal is immers de meest druk bevaren rivier van Nederland. In 1970 is de bouw van de brug, na jarenlange voorbereiding, gestart. De bouw duurde vier jaar en ik heb er gewerkt vanaf het prille begin tot na de voltooiing.
 
Waarom een vaste oeververbinding?
De twee pontveren in Tiel en Ochten waren ontoereikend geworden, mede door de toenemende scheepvaart, wat gevaarlijke situaties met zich meebracht. Er werd een stichting opgericht, de Stichting Waalbrug bij Tiel. De Stichting wilde dat de provincie garant zou staan voor het initiële bedrag van f. 40.000.000. Dit had nogal politieke voeten in de aarde. Ondanks dat deze garantie nog niet was gegeven is men toch aan de bouw begonnen. Dat de brug uiteindelijk f. 100.000.000 zou gaan kosten had men niet voorzien.

In eerste instantie wilde men de brug bij Tiel leggen, maar dat gaf teveel problemen. Toen werd onderzocht of de brug bij Ochten gebouwd kon worden. Ook daar werd van afgezien. Men koos voor Echteld. Daar was ruimte en de aansluiting op de A15 kon redelijk 'gemakkelijk' gerealiseerd worden.

De aannemers die voor de realisatie van de bouw gingen zorgen waren de fa. Zaanen en Verstoep uit Den Haag, die v.n.l. voor het grondverzet moest zorgen. De betonnen bouw werd verzorgd door de fa. van Hattum en Blankenvoort die hadden ervaring opgebouwd bij de Zeelandbrug en het Kleinpolderplein. De combi van bouwondernemingen werd bekend als de Kombinatie Tielse Brug, ofwel de KTB. De beide aannemers hebben ook nog financieel bijgedragen aan de bouw omdat het voor hen een goede 'reclame' moest worden. Men had besloten een holle betonnen brug te bouwen. Ingenieurs van de TU Delft hadden het hele bouwsel berekend.
 
Grondwinning
De eerste stap was grondwinning voor het maken van een bouwterrein. Men begon achter onze boerderij. De zandwinning kwam tot stand door in de uiterwaarden een zandgat te maken. Er moesten in totaal 15 pijlers worden gebouwd in de uiterwaarden van de Waaldijk. 13 pijlers op Echteldse grond en 2 pijlers in de uiterwaarden van Beneden-Leeuwen. Ook daar werd een zandgat gemaakt voor zandwinning. Deze zandgaten bestaan nog steeds.
 
De zandzuiger in de Echteldse uiterwaarden werd mijn eerste werk. Ik moest met onze trekker de mensen die op de zuiger zaten van drinkwater voorzien. Ongeveer 2 x per week bracht ik daar een tank water. Ik was toen nog niet in dienst van de KTB. Later kwam ik in vaste dienst van de KTB omdat ik graaf- en hijswerkzaamheden ging verrichten voor de zandpijpleiding vanuit het zandgat naar de bouwlocatie. Ik kreeg een Ford trekker van het type County met een kleine kraan erop.
 
Betonnen pijlers
Op de bouwlocatie kwam een betoncentrale voor het maken van beton voor de pijlers en de holle betonnen moten die het wegdek moesten vormen. Ook werd beton geleverd vanuit een betoncentrale in Tiel.
De pijlers werden allemaal ter plaatse gestort. Op de pijlers 13 (noord) en 14 (zuid) waren voorbereidingen getroffen voor het plaatsen van de betonnen tui-ophanging, d.w.z. aan beide zijden 2 pylonen van ± 70 m hoog. Voor die 2 pijlers, die aan de waterkant stonden, werd per pijler 4000 kubieke meter beton onder water gestort als onderbouwing voor de pylonen. Ook de holle betonnen moten voor het brugdek werden door de betoncentrale op locatie gemaakt. Er kwamen eerst “hulptuien” van staal om het op de pijlers geplaatste wegdek, wat voor het laatste gedeelte al boven de rivier hing, vast te houden. De definitieve tuien werden geplaatst nadat het middenstuk er tussenin was gehangen en was opgespannen.
 
Tussenstukken plaatsen
De tussenstukken boven de rivier, 225 meter lang, waren gemaakt op het werkterrein van de Oosterscheldebrug en werden met 2 sleepboten, waarachter een ponton met daarop de brugdelen, naar Echteld gevaren. Ze werden geplaatst op een zondag, om de scheepvaart zo min mogelijk te storen.

Aan iedere zijde van de brug stond een grote hijskraan. Elke kraan kon 250 ton hijsen. Aan de noordzijde een kraan van Stoof uit Breda en, omdat er in Nederland toen geen 2e kraan was die 250 ton kon hijsen, aan de zuidzijde een kraan uit België. Beide kranen hesen de middenstukken (linker rijbaan, rechter rijbaan en linkse en rechtse ventwegbanen) op vanaf het ponton op de Waal. Het was een spectaculaire gebeurtenis. Met spankabels in lengte- en breedterichting werden de brugdelen aan elkaar vastgezet en was de oeververbinding een feit.
 
De brug van Niets naar Nergens
Op 01 juni 1974 was de brug klaar om er verkeer over te laten gaan. Men noemde het 'de Brug van Niets naar Nergens'. Hoewel de brug aan de noordkant een goede aansluiting kreeg op de A15 was er aan de zuidkant, in Beneden-Leeuwen, geen aansluiting om het verkeer snel richting Nijmegen en de A73 richting Venlo te kunnen leiden. Deze aansluiting is pas na 25 jaar gerealiseerd. Echter slechts met een 2-baansweg die om Beneden-Leeuwen loopt en dit dorp en de dorpen ten oosten daarvan moet ontlasten van het vele verkeer. Deze weg is nu al ontoereikend.
 
Tol
Het werd een tolbrug, om toch nog iets van de kosten terug te krijgen. Die tolheffing was toch een obstakel voor veel verkeer om over de brug te gaan. Er passeerden ± 4000 voertuigen per etmaal. Met ingang van 1 januari 1996 werd de tol opgeheven. Dat is door veel mensen vanuit Echteld en vanuit Beneden-Leeuwen in de nacht van oud op nieuw (1995-1996) gevierd bij het tolhuisje. Ook wij waren daarbij. Daarna nam het verkeer toe en momenteel maken zo’n 30.000 voertuigen per etmaal gebruik van deze oeververbinding. Na ± 20 jaar constateerde men betonrot in de brug en werd een grote renovatie verricht. 5 jaar geleden werd er fluisterasfalt op gelegd. Toch is het geluid van de auto’s nog steeds goed te horen bij omwonenden.
 
Bijna-gastvrouw van Europa's grootste cannabisplantage 
Leuk om te vermelden is dat in 2008 in de holle constructie van het brugdek een wietplantage werd ontdekt. Men kwam daarachter omdat op een late avond in ons dorp plotseling het licht uitviel. Na onderzoek bleek dat in de brug was geprobeerd stroom af te tappen van de stroomkabel die door de brug heen liep. Daar stond 10.000 volt op. Toen men ging kijken was er niemand. Men vond alleen een flinke plas urine. De plantage was nog niet in bedrijf maar alles was klaargemaakt om de plantjes te poten. Het zou de grootste wietplantage van Europa zijn geweest, toentertijd.

Manusje van alles
Vier jaar heb ik bij de brug gewerkt met mijn County. Ik ben vele keren van de ene kant naar de andere kant gereden via de pont in Ochten. Materieel wegbrengen en ophalen, verslepen, hijsen, graven. Eigenlijk was ik een manusje van alles. Ik kon ook veel maar heb daar nog heel veel bijgeleerd. Ik kon zelfs grote hijskranen bedienen. 
 
Ik ging in het weekend 'wachtlopen'. En als er in de winter lampen moesten branden ging ik, zowel in de week als in het weekend, de aggregaten opstarten die voor die verlichting stroom leverden. Nadat de brug klaar was heb ik nog met een paar mensen de omgeving van de brug op orde gebracht door kleine wegen te bestraten.
 
Tijdens de bouw zijn twee mensen overleden. Een stierf een natuurlijke dood en een man viel in een gat in het brugdek. De plank die erover lag kantelde. Het was een mooie, soms angstige, tijd maar ik denk er met plezier aan terug en heb nog lang contact gehouden met een aantal 'collega's uit die tijd.
 
Een bijdrage van: Jaap van Ommeren, Echteld.
 
 

Reacties