U bent hier

De B71 een beurtvaarder, het favoriete maritieme erfgoed van Joran Smale

De Beurtvaarder in 2008, in het buitenpaviljoen op het terrein van het voormalig maritiem depot van de RCE, gelegen in de buurt van Batavialand (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Mijn naam is Joran Smale. Ik ben werkzaam als conservator van de maritieme rijkscollectie bij Batavialand in Lelystad. Geboren als Drent, gestudeerd in Leiden, en uiteindelijk ongeveer halverwege terechtgekomen, in de Flevopolders die Nederland in de 20ste eeuw op het water heeft veroverd. Ik neem u graag mee naar een gebeurtenis die zich bijna 400 jaar eerder op deze plek heeft afgespeeld.

Op de voormalige Zuiderzee, ter hoogte van het huidige Lelystad, verging ergens tussen 1620 en 1630 een schip, een zogenaamde beurtvaarder. Nederland was in die jaren nog steeds verwikkeld in de Tachtigjarige Oorlog. Het was de tijd dat Piet Hein bij Cuba de Spaanse Zilvervloot wist te kapen. De naam van de beurtvaarder kennen we niet. Ook van de opvarenden kennen we geen namen.

Toen het schip in 1980 werd ontdekt werd het wrak vernoemd naar de kavel waarop het was aangetroffen: B71. Het schip werd opgegraven door archeologen van de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Het wrak bevatte geen zilver of goud maar wel een schat aan informatie over gewone mensen uit de 17e eeuw. De onderzoekers troffen allerlei objecten aan die waarschijnlijk niet tot de lading behoorden, maar meegebracht waren door passagiers. Zo ontdekte men een houten kist die nog vol zat met eieren! Goede kans dat iemand op weg was naar de markt om daar eieren te verkopen. Een ton zat vol met tinnen serviesgoed, maar het zag er behoorlijk gebruikt en gebutst uit. Zou een koopman het hebben meegenomen om de oude tinnen spullen te laten omsmelten voor het maken van nieuwe? Verder vond men de resten van twee unieke 17e-eeuwse snaarinstrumenten, sisters of citers genaamd. Misschien behoorden die wel toe aan twee musicerende dochters van de koopman. Ook plunjezakken met maaigereedschap kwamen uit de modder tevoorschijn. Dit waren typisch spullen van de historisch bekende Hannekemaaiers: arme Duitse boeren, die als seizoensarbeid in de Nederlanden met hun zeisen de velden van rijkere boeren kwamen maaien.

De vondsten wijzen erop dat het schip gebruikt zal zijn geweest als beurtvaarder: een transportschip waarmee passagiers en (hun) goederen over het water tussen vaste bestemmingen konden reizen. Het kan gezien worden als een soort voorganger van de moderne bus- of treindiensten. Niet alleen de lading in het wrak was bijzonder: ook een beurtschip had men nog niet eerder gevonden. Daarom  besloot men het scheepshout te conserveren en het schip te restaureren. Sindsdien is de Beurtvaarder, zoals het schip inmiddels bekend staat, te zien geweest in Ketelhaven en daarna op twee locaties nabij het terrein van het voormalige maritiem archeologisch depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Lelystad. Sinds 2016 worden het wrak en alle vondsten door Batavialand beheerd. Door het zinken van het schip met alles nog aan boord is als het ware een tijdscapsule ontstaan, gevuld met objecten die ons nu iets kunnen leren over het leven in de 17e eeuw.

Op een vergelijkbare manier zijn nog vele andere scheepswrakken bewaard gebleven in onze (zee)bodem en later ontdekt, maar slechts weinig met aan boord zo’n diversiteit aan spullen in behoorlijk goede staat. Daarom is voor mij de Beurtvaarder een geweldig voorbeeld van de rol die maritiem erfgoed kan spelen als bron van informatie over het reilen en zeilen van de gewone mensen van vroeger.

Tekst door: J. Smale Conservator maritieme rijkscollectie Batavialand, Lelystad

Reacties